MOSLIM-TERRORIST Adil doet huilie huilie in linkse krant, gaat gewoon door met moslimextremisme

Veroordeelde MOSLIM terrorist doet huilie huilie in de LINKSE kutkrant de Volkskrant, en zij huilen met hem mee. Want vragen ze zich af, en gaan hiermee tegen de rechter in, was de MOSLIM terrorist eigenlijk wel zo gevaarlijk. Want terrorisme (financieel) ondersteunen schijnt helemaal niet gevaarlijk te zijn volgens journalistjes Willem Feenstra en Huib Modderkolk. Welnee. Al die tienduizenden Christenen, Jezidi’s die worden afgeslacht daarginds, en wat Adil C. gewoon (financieel) mogelijk heeft gemaakt.. Ach boeiend toch, links? Wat verder opvalt in het stuk is dat de EBI in Vught helemaal vol zit met MOSLIM terroristen, maar dat ze nog steeds door de overheid nota bene worden ONDERSTEUND om hun MOSLIM ritueeltjes uit te voeren. Voor elke MOSLIM terrorist ligt bij binnenkomst een koran klaar en een bidkleedje. Vijf keer per dag komt er uit de speakers een aankondiging dat het MOSLIM gebed kan gaan beginnen…. Ja zo hou je het wel lekker in stand allemaal, nietwaar? En verder is nu bekend dat MOSLIM terrorist Adil C. vrij is gekomen, maar nog wel een enkelband draagt: MAAR dat hij nog steeds een MOSLIM extremist is: hij WEIGERT op zijn werk honden aan te raken. Mag niet van zijn MOSLIM geloof….. Enfin, lees het hele artikel ONDER de foto!!ADILC

Hoe gevaarlijk was deze veroordeelde terrorist? Terrorisme in Nederland

Adil C. is veroordeeld voor het financieren van terrorisme, hij zat zijn straf uit op de speciale terroristenafdeling in Vught en is nu voorwaardelijk vrij. Voor het eerst doet hij zijn verhaal. Hoe kijkt hij terug op zijn daden? Adil ligt met zijn hoofd op de vochtige stenen van de Graaf Lodewijkstraat in Arnhem. Twee mannen zijn hem vanachter besprongen en liggen boven op hem. ‘Wie zijn jullie?’, gilt hij. ‘Hou je bek!’, schreeuwt een van de mannen, terwijl hij hem nog harder tegen de grond drukt.  Het is zo’n miezerige, Hollandse herfstdag, eind november 2014. Adil is net naar een gemeentelijke instantie geweest. De twee stevige mannen liepen al langer opvallend achter hem aan. En nu ligt hij daar, met zijn wang tegen het koude asfalt. Hij denkt aan de twee keer dat politie-eenheden zijn huis binnenvielen, waar hij met zijn moeder en zus woont. Hij denkt aan zijn broeders, een vriendengroep waarmee hij sinds enkele jaren intensief omgaat en waarmee hij gesprekken heeft over het geloof. Steeds nadrukkelijker waren die discussies over de strijd in Syrië gegaan. Er waren broeders die wilden meevechten, die boeken lazen over de jihad en ook daadwerkelijk vertrokken. Hij denkt aan die keer dat hij in Den Haag werd gearresteerd, tijdens een bijeenkomst met veertig andere moslims, van wie velen bekend staan als geradicaliseerd. Adil kon zich niet legitimeren. Hij zweeg tegenover de politie om zijn broeders niet in de problemen te brengen. Hij denkt aan zijn vriend in Syrië, die hem om een gunst vroeg. Aan de berichten over het leven aldaar, over hoe zijn vriend wapens droeg, en over de voor Adil vervelende chatgesprekken waarin zijn vriend sprak over stenigingen, en dat het minutenlang duurde voordat iemands schedel brak.  De mannen binden hem een blinddoek voor. Hij luistert hoe zware auto’s de straat in komen scheuren en herkent het geluid van BMW’s X5, SUV’s die door speciale eenheden worden gebruikt. De twee mannen slepen hem naar een auto. Een van hen zegt: ‘Het is nu klaar, je gaat heel lang zitten.’ Heel even krijgt hij een ID-kaart van de politie te zien. Hij hoort dat hij is aangehouden voor deelname aan een terroristische organisatie en voor het financieren van terrorisme. ‘Shit jongen, nu ben je erbij’, denkt hij. Hij weet wat hij heeft gedaan en denkt dat hij zeker tien jaar de cel in gaat. Hij verzet zich niet en denkt aan God. De Nederlands-Koerdische Adil C. (28) behoort tot een groep jonge moslims uit de omgeving van Arnhem die lange tijd door de geheime dienst in de gaten is gehouden. Sommigen van hen waren de eerste Nederlandse Syriëgangers die zich aansloten bij jihadistische strijdgroepen. Adil wilde niet. Hij wordt naar de terroristenafdeling in Vught gebracht. Zijn kleren moeten uit en hij krijgt een blauwe overall aan. De eerste dagen vallen hem zwaar. Hij is onrustig, weet niet wat hij moet denken, wat hij moet voelen. Het gebrek aan zonlicht, de visitaties en de strenge behandeling maken hem depressief. Hij slaapt nauwelijks en wordt een zombie. Telkens schieten zijn gedachten terug naar de dag van de tweede inval in zijn huis. Wat hij daar zag, had hij nooit willen zien. Zijn moeder en zusje zaten huilend in de woonkamer terwijl de politie hen bewaakte. Hij zag de wanhoop in hun ogen en sloeg op de tafel van frustratie. Een lid van het arrestatieteam voegde hem toe: ‘Houd je nou maar stil, dat is beter voor je eigen veiligheid.’ Hij werd niet gearresteerd, maar zijn telefoon en harde schijf werden meegenomen. Toen het arrestatieteam weg was, restte chaos. Het huis zat onder de zandvlekken, de deur was vernield. Zijn moeder en zusje waren woedend. ‘Hou op met wat je doet!’, schreeuwden ze. ‘Stop met het zien van die vrienden!’ Adil is geboren en opgegroeid in het Gelderse Doesburg. Hij was 6 toen zijn vader, naar Nederland gekomen als gastarbeider, overleed. Hij speelde veel met zijn jeugdvriend Aykut, ze woonden dicht bij elkaar. Adil waardeerde het Nederland van de jaren negentig, toen moslims volgens hem nog werden bekeken als gewone mensen en niet als potentiële terroristen. De aanslagen van 9/11 in New York veranderden veel. In een klimaat dat volgens Adil steeds vijandiger werd, maakte hij zijn middelbare school af. Hij kreeg een bijbaantje bij een drukkerij en begon aan de opleiding tot beveiliger. Sinds enkele jaren merkte hij dat zijn vrienden strikter werden in het geloof. Jeugdvriend Aykut adviseerde mensen in zijn omgeving dat ze niet langer naar Shisha lounges (waterpijpcafés) moesten gaan, niet meer met onbekende vrouwen moesten praten en dat ze zich meer moesten verdiepen in het geloof. Ze praatten erover, het waren lastige lange gesprekken die hij desondanks waardeerde. Toen Aykut eind 2012 met twee vrienden werd opgepakt, vlak voordat hij naar Syrië wilde vertrekken, was dat een schok voor Adil. Zijn vriend zat drie maanden vast, maar mocht zijn proces in vrijheid afwachten. Later hoorde Adil van de familie van Aykut dat hij alsnog was vertrokken. In die periode werd bij Adil lymfeklierkanker geconstateerd. Een lastig te behandelen vorm van kanker omdat opereren niet mogelijk is. Adil moest stoppen met school en werk. Een half jaar kreeg hij chemokuren en bestraling. Hij werd er doodziek van. Maandenlang kwam hij niet buiten. Via Skype kreeg hij weer contact met Aykut in Syrië. Zijn jeugdvriend was zichtbaar opgeleefd, sprak met waardering over zijn nieuwe leven. Hij had het gevoel dat hij in Syrië alles terugkreeg wat hem in Nederland was afgepakt. Maar na een paar maanden kreeg Aykut het moeilijker. Hij was gaan vechten bij IS en zei geen geld te hebben, geen eten en niet langer voor zijn gezin te kunnen zorgen. Hij vroeg zijn vriend om wat geld. Adil vond dat hij dat zijn jeugdvriend niet kon weigeren. Hij zamelde in zijn omgeving 1.000 euro in en maakte dat over. Begin 2016 waren er zo’n 80 strafrechtelijke onderzoeken in het kader van jihadisme. In totaal zijn er in 2015 178 strafrechtelijke onderzoeken geweest naar 189 verdachten, blijkt uit cijfers van het OM. Dat is een sterke toename ten opzichte van 2014, toen er zo’n 90 verdachten waren. Sinds begin 2016 neemt het aantal uitreizigers dat per maand uit Nederland naar Syrië vertrekt af. Het totaal aantal personen dat sinds 2012 is vertrokken, is ongeveer 260. Zo’n 40 van hen zijn naar Nederland teruggekeerd. 42 personen zijn omgekomen. Er zijn nu nog zo’n 170 uit Nederland afkomstige personen in Syrië en Irak aanwezig, onder wie vrouwen en minderjarigen. Minister Van der Steur (Veiligheid) maakte deze week bekend dat hij teruggekeerde Syriëgangers langer in voorarrest wil houden: 30 in plaats van 20 dagen. Vught werkt verstikkend. De kanker is door de behandelingen uit zijn lichaam, maar nog steeds voelt Adil zich belabberd. Het is december 2014 en hij zit gevangen op de terroristenafdeling, tussen mannen die door Nederland worden gezien als staatsgevaarlijk. Is hij dat zelf ook? Is het echt omdat hij één keer geld overmaakte naar een vriend? Er zitten op dat moment vier anderen. Een van hen is Azzedine C., oftewel Abou Moussa, die jongeren ertoe zou hebben aangezet naar Syrië of Irak te reizen om te vechten. Moussa zou later zes jaar cel krijgen. Eén uur per dag mogen ze in een kooi de buitenlucht in. Als Adil daar een keer staat en de zon net om de hoek van het gebouw komt, loopt hij naar de rand en strekt zich uit. Zo vangt hij de zonnestralen op. Een jonge bewaker wijst naar zijn collega’s en lacht hem uit. Adil ervaart ook opmerkelijk genereuze zaken op de afdeling. Zoals het gebedskleedje en de Koran die standaard klaarliggen bij binnenkomst. Of de mogelijkheid om een gebedsklok aan te vragen en een televisie. Het staat voor hem in contrast met de soms vernederende behandelingen op de afdeling. De vijf mannen die er vastzitten praten niet veel met elkaar. Ze weten dat alles wordt afgeluisterd. Af en toe communiceren ze vanuit hun cel. Dan schreeuwen ze iets door de gang. Dat er een bepaalde film begint, bijvoorbeeld. De enige met wie Adil intensiever spreekt, is een Koerdische vriend die toevallig net in dezelfde tijd op de afdeling zit. Adils advocaat André Seebregts probeert hem gerust te stellen. De zwaarste beschuldiging, lidmaatschap van een terroristische organisatie, is volgens hem onzin. Ook in de gevangenis krijgen ze door dat Adil wellicht minder erg is dan sommige anderen. Langzaam versoepelt het regime. Hij voert lange gesprekken met een kale bewaker. Over het leven en het geloof. Hoewel hun meningen vaak uiteenlopen, vindt hij het mooi dat ze elkaars verschillen accepteren. Met zijn Koerdische vriend kookt Adil soms pasta. In de keuken van de terroristenafdeling mogen maximaal drie personen tegelijkertijd zijn, maar alleen als er geen bestek is. Willen de gevangenen eten mét bestek, dan mogen ze slechts met z’n tweeën de keuken in. Veel personen komen dunner van de terroristenafdeling, maar dankzij de pasta met kip en groentemix van zijn vriend krijgt Adil er juist wat kilo’s bij. Vijf keer per dag klinkt de gebedsklok van een van de mannen door het cellencomplex. Dan staan ze alle vijf op en bidden ze. Adil vindt de afdeling kil en koud. Hij staat erop dat zijn familie hem niet komt bezoeken. Het beeld van hem in deze kwetsbare situatie wil hij zijn moeder en zusje niet laten zien. Dan komt de aanslag op Charlie Hebdo, 7 januari 2015. Adil ziet de beelden op de televisie in zijn cel. Hij is tegen alle onrecht. Hij weet ook dat dit gevolgen kan hebben voor zijn veroordeling. De sfeer op de afdeling verandert. De gevangenen hebben het gevoel dat de frustratie over de aanslag op hen wordt afgereageerd. Een paar maanden zit hij uiteindelijk op de terroristenafdeling. Dan komt hij onder voorwaarden vrij. Hij moet wel een enkelband dragen. Februari 2016 volgt het vonnis: 1 jaar gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en 3 jaar elektronisch toezicht. Het OM heeft de aanklacht van deelname aan een terroristische organisatie laten vallen. De rechter acht wel bewezen dat Adil schuldig is aan het financieren van terrorisme. Dat hij 1.000 euro overmaakte aan zijn jeugdvriend, die dan al bij een bombardement is overleden, geeft hem het stempel van terrorist. Op het terras van café Mahler in Arnhem stroopt Adil zijn broekspijp op. Om zijn linkerbeen zit een zwart kastje: de enkelband, die hij nog ruim twee jaar moet dragen. ‘De laatste versie’, zegt hij, alsof hij het over zijn nieuwste telefoon gaat. ‘Deze kan draadloos opladen.’ Hij lacht minzaam. Adil schaamt zich voor de band, die hij heeft bedekt met een stuk zwart stof. Vrouwen willen geen man met een enkelband, denkt hij, maar hij zou wel graag een vrouw willen. Zijn bewegingsvrijheid is verder beperkt doordat hij niet binnen twee kilometer van vijf Nederlandse vliegvelden mag komen en ook niet in de buurt van de landsgrenzen. Met acht personen mag hij geen contact opnemen. Het vonnis viel hem zwaar. De landelijk officier van justitie voor terrorismebestrijding vond dat ‘belangrijke piketpalen’ waren geslagen dankzij de rechtszaak waar Adil onderdeel van was. Volgens de uitspraak zijn niet alleen jihadistische strijders strafbaar, maar ook sympathisanten die terroristische groeperingen op enige wijze faciliteren. ‘Ik snap dat de overheid de samenleving wil beschermen’, zegt hij. Tegelijkertijd vindt hij de straf idioot. Hij zoekt de schuld eerst bij zichzelf, maar vindt ook dat de overheid beter had moeten weten dat hij geen groot gevaar is. Het roept de vraag op hoe dan? Hoe hadden politie en AIVD kunnen weten dat Adil geen aanslagen wil plegen? ‘Misschien hadden ze mijn werkelijke intenties moeten polsen door in mijn omgeving rond te vragen. Door bij vrienden en familie te kijken of ik kwaadaardig ben.’ Hij vindt dat er te snel geoordeeld wordt. Dat mensen, hijzelf ook, geen onderscheid maken tussen diegenen die kwaad willen en de rest. ‘Als iemand met een kale kop en een tattoo mij wat langer aankijkt, denk ik ook dat hij een racist is. Vaak blijken de vooroordelen over iemand niet te kloppen.’ Een vrouw loopt het café binnen en groet hem met een hartelijke glimlach. Ze is een van zijn collega’s bij het dierenasiel in Arnhem waar hij nu drie halve dagen per week werkt. Hij verzorgt er de katten en maakt kooien schoon. ‘Kalmerend en fijn’, noemt hij het. Hij kwam er via de gemeente, die een baan voor hem zocht zodat hij langzaam weer kan wennen in de maatschappij. Hij houdt van dieren. Dat hij honden vanwege zijn geloof niet kan aanraken, wordt bij het asiel gerespecteerd. ‘Goede mensen, zonder vooroordelen’, noemt hij zijn collega’s. ‘Door het asiel krijg ik het vertrouwen in de maatschappij weer een beetje terug.’ – BRON

...

Rood, wit en blauw zijn de kleuren waarvan ik hou!

%d bloggers liken dit: