Man schrijft brief aan Pia Dijkstra (D666)

...
Beste Pia Dijkstra, mijn lijf is geen zak met organen waar de staat in mag grabbelen als het zo uitkomt. Toch dreigt het dat te worden nu uw wetsvoorstel voor orgaandonatie is aangenomen. U forceert een oplossing in een van de gevoeligste onderwerpen die er zijn. Dat werkt bij mij averechts. Ik twijfelde altijd al, maar had me toch laten registreren als donor. Dat had ik gedaan nadat ik eens iemand ontmoette die vertelde dat hij leefde dankzij een orgaan van een ander. Deze man vertelde uit eigen ervaring over orgaandonatie. Dat maakte zo’n indruk op me dat ik me toen heb laten registreren. Maar de twijfel bleef. Wat mij vooral verontrust, is het verhaal van mensen die de andere kant van de orgaandonatie hebben meegemaakt. Mensen die hun geliefde hebben verloren, die afscheid hebben moeten nemen van hun partner terwijl het hart nog pompte en het lichaam nog warm was. Ze zagen hun geliefde naar de operatiekamer gaan. Daar, op de operatietafel, stierf hun nog levende, maar hersendode partner op het moment dat de organen werden uitgenomen. Want dat wordt soms verzwegen: je organen doneer je niet na je dood, maar vlak voor je dood. Je organen worden uitgenomen als je, na een verkeersongeluk of een hersenbloeding, op de intensive care belandt met een hart en longen die nog werken, maar met hersenen die niets meer doen. Pas op het moment dat de organen worden uitgenomen, overlijdt de patiënt. Wat dat voor de stervende betekent, weten we niet. Wat dat voor de nabestaanden betekent, weten we wel: zij moeten afscheid nemen van hun geliefde terwijl die nog warm is. Ze zijn er niet bij als hun geliefde op de operatietafel sterft. Zelf heb ik mijn partner tien jaar geleden verloren. Ik heb toen ervaren hoe fijn het was om er bij te kunnen blijven tot hij zijn laatste adem uitblies. Dat te moeten missen, is de prijs die nabestaanden van donoren betalen. Een forse prijs, mevrouw Dijkstra. Daarom twijfel ik. Maar van u mogen we niet meer twijfelen. U eist dat we kiezen: donor of geen donor. Wie niet kiest, is potentieel donor. Zo eist u het lijf van de twijfelaars op. Maar mensen hebben het recht om te twijfelen, mevrouw Dijkstra. Zeker als het om zoiets gevoeligs gaat als je eigen lijf vlak voor de dood intreedt. Uw goede bedoelingen staan buiten kijf: u doet dit voor de mensen die dringend wachten op een orgaan. Maar je mag niet de ene mens gebruiken om de ander te helpen. Alleen als het vrijwillig is, kun je iemands hart of een ander orgaan uitnemen om het aan een ander te geven. Als iets van onszelf is, dan toch wel ons hart.  Mevrouw Dijkstra, als het zo moet, wil ik geen orgaandonor meer zijn. Ik heb me nu uitgeschreven. Dat betekent dat ik ook afzie van andermans orgaan, mocht ik dat ooit nodig hebben. Van mij hoeft die hele orgaandonatie niet meer, als u ons zo onder druk zet. Vriendelijke groet, Gerbert van Loenen
download-3

Gerbert van Loenen

Gerbert van Loenen (1964) is journalist en schrijver. Zijn laatste boek, Lof der onvolmaaktheid, is ,,een poging om te laten zien hoe er in Nederland altijd op dezelfde manier wordt gepraat over zelfdoding en hoe het ook anders kan.” – BRON
pechtold2

Rood, wit en blauw zijn de kleuren waarvan ik hou!

%d bloggers liken dit: