Een TELEURGESTELDE linkse hippie doet haar verhaal over de cultuurverrijking in Nederland

Ja-duh

Ik geef ze al tien jaar les, maar ik ben lucht voor ze . Ik ben in 1944 geboren in Rotterdam en heb sindsdien Nederland onherkenbaar zien veranderen – en de laatste tijd gaat het een beetje snel. Er is veel wat ik niet begrijp en daar word ik onzeker van. Sommige kennissen zeggen: ‘Ik voel me in mijn eigen stad niet meer thuis.’

In mijn stad wonen mensen uit zo’n 120 verschillende landen, heb ik me laten vertellen. Ik heb de eerste Italianen zien komen. De eerste Surinaamse Nederlanders. De eerste Turken en Marokkanen. En daarna dus al die anderen. Welkom allemaal.

Ik geef al tien jaar fietsles, taalles en gezinsondersteuning aan nieuwe Nederlanders (vrouwen). Na een verblijf van twintig, dertig jaar in Nederland kom ik hen voor het eerst tegen en dan kunnen ze niet fietsen en ze spreken zeer gebrekkig Nederlands, en ik heb het niet over een accent. Ze laten zich niet zien op de school van hun kinderen. Ze doen niet aan lichaamsbeweging, zijn vaak ziek en hebben flink overgewicht.

Ik word hun vriendin, hun steun en toeverlaat: ik ga mee naar de gemeente, naar het ziekenhuis, naar de woningbouwvereniging en ik schrijf brieven voor hen naar allerlei instanties. En ik sleep hen mee naar die scholen, in het belang van de kinderen.

Maar in het centrum van deze mooie stad word ik op het fietspad links en rechts ingehaald door agressieve donkere jongens op scooters. In het warenhuis blokkeren vrouwen met hoofddoeken de roltrap. Iedereen gooit zijn afval gewoon op straat; plakkaten ingedroogde kauwgom bij de bioscopen en cafetaria’s, allerlei verpakkingen van junkfood. Niemand kijkt me in de ogen of glimlacht naar me. Niemand zegt sorry als ze in de weg lopen. Ik ben lucht voor hen. ‘Mijn’ kinderen, vooral de jongetjes, lijken nooit gecorrigeerd te worden. Vaak neem ik hen in de schoolvakanties mee om iets leuks te gaan doen, en bijna net zo vaak ga ik eerder naar huis terug dan gepland, omdat ze zich in de openbare ruimte zo misdragen. Ze gooien hout en stenen naar de eendjes in het park. Ze zeuren om snoep, ijs en dure spullen. Ooit haalden kleine kinderen achter mijn rug geld uit mijn portemonnee. Ooit boog een jongetje van 4 mijn pink expres keihard en pijnlijk naar achteren, omdat ik hem verbood mijn bril te verbuigen.

Toch blijf ik iedereen door dik en dun verdedigen tegenover mijn kennissenkring. Ik heb tien jaar lang bol gestaan van begrip. Maar ik word er een beetje moe van dat ik geen vooruitgang zie. En ik heb er ook geen verklaring voor. Al die vrijwilligers. Al die subsidies. Al die faciliteiten, buurthuizen, bibliotheken, al die vrijwel gratis taalcursussen. Al die opvang, al die uitkeringen en toeslagen. Waarom werkt dit niet? Omdat Nederland hen niet verwelkomt zoals Nadia Ezzeroili dat zou willen? Geschreven door Antoinette van der Maas uit Den Haag in de Volkskrant

Rood, wit en blauw zijn de kleuren waarvan ik hou!