Wanneer groeten we elkaar?

Goedemorgen. Môgge. In het bos groeten we elkaar. Vrachtwagenchauffeurs knipperen elkaar toe met lichten. In de Kalverstraat of koopgoot NIET. Wat zijn de codes?
Goedemorgen. Môgge. De man-met-hond groette beleefd toen ik in de vroege ochtend van Tweede Paasdag mijn hardlooprondje door de duinen deed. Ik groette terug, even beleefd. Mooie gewoonte. Hij (zijn hond) en ik in alle vroegte op dat verlaten paadje in een plantsoen, het schept toch een band, voor het even. Goedemorgen. En tot nooit meer ziens. Ongemerkt ben ik ingelijfd bij de groetgemeente. Een geheim genootschap van groeters, dat zich gedraagt naar een stelsel van ongeschreven wetten en codes. Die laten zich maar moeilijk vatten. De eerste keer dat ik er lucht van kreeg, was ik nog kind. Vanaf de achterbank in de auto van mijn ouders zag ik de eerste motorrijders hun hand naar elkaar opsteken. Wat een toeval dat ze elkaar allemaal kenden. Ooit had ik een hond. Wie je ook tegenkwam in bos of duin: steevast was daar de groet Ik zag het vaker. Vrachtwagenchauffeurs knipperen elkaar toe met lichten. Soort groet soort. Hardlopers steken een hand op tijdens hun rondje. Maar wandelaars of een passerende wielrenner kunnen het heen en weer krijgen. De groetbereidheid gedijt in gedeelde stilte en verlatenheid. In het bos groeten toevallige passanten elkaar. In de Kalverstraat of Koopgoot vervloeken ze elkaar. Waar de grenzen van de groetgemeente precies lopen, is onduidelijk, maar soms zijn de grenspaaltjes verrassend goed zichtbaar. Een hond is niet nodig om de groetlust op te wekken. Een hondenriem volstaat In de buurt van mijn huis loopt een mooi slingerpaadje langs het water, waar zomaar in de stad een ijsvogel of krakeend je blik kan kruisen. Kom je er een wandelaar tegen, dan groet je als vanzelfsprekend. Tweehonderd meter verderop eindigt het paadje in ‘gewone’ stoep langs een ‘gewone’ straat. Hier begint de grote boze wereld waar iedereen weer als vanouds langs elkaar heen loopt. Wie zich niet aan het groetverbod houdt, wordt voor gevaarlijke gek versleten. Ooit had ik een hond. Wie je ook tegenkwam in bos of duin: steevast was daar de groet, ook van ‘gewone’ wandelaars zonder hond. Een verhaal apart vormen de zeldzame vrouwen die je soms zomaar in het wild tegenkomt: aan de wandel, in hun eentje. Mooi. Maar hun waakzaamheid is geboden. Een mannenzwijn verandert door zijn hond op staande voet in een onschuldig lam. Eenzame wandelaarsters groetten beleefd. Maar ik ben ook vogelaar. Loop ik, man alleen, door de duinen, met de bobbel van mijn verrekijker onder mijn jas (moet je ook nooit doen), dan volgt geforceerd wegkijken en een stoïcijns zwijgen. Een hond is niet nodig om de groetlust op te wekken. Een hondenriem volstaat. Losjes uit de jaszak laten bungelen, de hond zelf zal wel ‘ergens in de duinen’ ronddolen. De passant heeft het dreigingsniveau in een halve seconde van verre al ingeschat: verdachte onschuldig verklaard. ‘Goedemorgen’, luidt het vonnis. Het voelt als vrijspraak.  Originele tekst HIER

Rood, wit en blauw zijn de kleuren waarvan ik hou!