Misdaad daalt NIET, u doet gewoon geen aangifte meer

...

Het staat in de krant, dus het zal wel waar zijn. Eeehh, nee.

Misdaadmodel
Onze gepikeerde lezer Gerton denkt van niet (en wij ook niet). De cijfers van het CBS waar de uitspraak op is gebaseerd, bevatten de veroordelingen. Dus eerst moet een misdaad gepleegd worden, vervolgens moet het slachtoffer aangifte doen, waarna de politie de verdachte opspoort en voor de rechter brengt. Pas als er een veroordeling volgt is er sprake van een misdrijf, statistisch gezien dan.

De genoemde Gerton maakt een wandelingetje over de Amsterdamse grachten, op weg naar het station. Daar wordt hij tegen de grond gemept waarna de desbetreffende onverlaten zijn telefoon ontvreemdden. Dankzij zijn ‘find my iPhone’ kunnen we vaststellen dat de kans op een succesvolle opsporing vrij gering is. Molenbeek, u weet wel. Als er geen verdachte aan te houden is, volgt er dus ook geen veroordeling en is de misdaad ook niet geregistreerd. Maar dat wil niet zeggen dat onveiligheid ‘slechts een gevoel’ is want de buil op Gerton zijn hoofd is echt. Desgevraagd laat hij weten dat hij nog geen aangifte heeft kunnen doen, omdat de politie hem simpelweg niet aanneemt. Vooral op het platteland is dit een probleem, omdat in heel veel dorpen het politiebureau gewoon is weggesaneerd.

Laten we een simpel misdaadmodel maken. N is de neiging bij een individu om een misdaad te plegen. A is het aantal adolescente mannen. G is het aantal aangiften. O is het opsporingspercentage van de politie en K is het aantal kansen dat de mogelijke boef krijgt, want gelegenheid maakt de dief. In de rest van het artikel nemen we aan dat het enkel mannen zijn die misdaden plegen. Een simpel model met coëfficiënten zou er dan zo uitzien:

Hoeveel misdaad = (c1 * N) * (c2 * A) * (c3 * G) * (c4 * O) * (c5 * K)

Waarbij c1 tot c5 variabelen zijn die ongetwijfeld per land of tijdvak zullen verschillen, maar dat mogen de echte criminlogen ons maar voorrekenen. Zet u ze voor het gemak allemaal op 50 procent. We vermenigvuldigen alle factoren, omdat bij dit soort kansberekening er aan alle eisen voldaan moet worden.

...

U kunt ze hier zelf downloaden, wellicht maken we een enorme rekenfout. Wijst u ons daar dan vooral op. Bij bijvoorbeeld zedenmisdrijven (met en zonder geweld) zien we een glooiende beweging. En dat is op zichzelf al gek. Het aantal achttienjarigen in Nederland is in 2016 bijvoorbeeld twee procent lager dan het aantal negentienjarigen. Het is hetzelfde land, met hetzelfde inkomen, dezelfde cultuur en dezelfde mogelijkheden om criminaliteit te plegen ten opzichte van 2015. Toch is die daling van twee procent verantwoordelijk voor een daling van het aantal delicten van vijf procent. Dat is moeilijk voor te stellen. Een van de andere factoren in het simpele model is ook veranderd, maar welke?

Seksueel geweld
Laten we uit de lijst met misdrijven van het CBS eens twee soorten delicten halen die totaal ongerelateerd lijken: seksueel geweld en een delict ten opzichte van de openbare orde. Van deze delicten pakken we de jaarlijkse mutatie (delta, vandaar ‘D’) van het aantal veroordelingen. Opmerkelijk genoeg bewegen de mutaties van delicten tegen de openbare orde mee met die van seksuele misdrijven. In sommige jaren stijgen beiden met vijftien procent, om in bijvoorbeeld 2010 met dat percentage te dalen. Intussen daalt het aantal nieuwe achttienjarigen steeds met ongeveer twee procent (de gele lijn). Dat is dus overduidelijk niet de driver van de genoemde delta’s. Soms plegen deze nieuwe mannen vijftien procent meer aanrandingen, soms vijftien procent minder.

Die daling herhaalt zich in 2010 wel bij delicten tegen de openbare orde maar niet bij seksueel geweld. De adolescenten zijn dus zonder enige verklaring even hard minder gaan rellen tegen de politie en wildplassen, maar de daling in het aantal verkrachtingen en aanrandingen stagneert van het ene op het andere jaar naar bijna nul. Wat gebeurt er in het hoofd van de jonge mannelijke daders dat de daling zich bij het ene delict wel doorzet en bij het andere niet? Derhalve vragen we ons af of de cijfers wel recht doen aan de werkelijkheid, want de daling van het aantal jonge mannen zette zich in 2016 voort (twee procent) terwijl Amsterdam helaas te kampen heeft met een stijging van het seksuele geweld met niet minder dan 40 procent op jaarbasis. Enkel in 2012 en 2014 kan demografie de verandering in de twee delicten verklaren, in elk van de andere jaren niet. Of beter gezegd: totaal niet.

De demografische ontwikkeling is dus niet de oorzaak van de daling in de criminaliteit. Blijven er twee andere mogelijke verklaringen over: de capaciteit van de opsporing en het oplossingspercentage.  – BRON

Rood, wit en blauw zijn de kleuren waarvan ik hou!

%d bloggers liken dit: