Nationaal Park De Hoge Veluwe

Vandaag in 1935 werd Nationaal Park De Hoge Veluwe gesticht! Ben jij er weleens geweest? Lees hieronder meer over het ontstaan van het park en over de stichters van het park!

Luchtfoto van het Jachthuis St. Hubertus in Nationaal Park de Hoge Veluwe

Ontstaan: Het natuurgebied is gelegen op de zandgronden van de Veluwe en is grotendeels gevormd door water, ijs en wind. De stuwwallen zijn ontstaan in de voorlaatste ijstijd, het Saalien, tussen 200.000 en 105.000 jaar geleden. De dekzandruggen en smeltwaterdalen dateren uit de laatste ijstijd, het Weichselien, tussen 70.000 en 10.000 jaar geleden. In de Middeleeuwen ontstonden in het dekzand onder menselijke invloed grote stuifzandcomplexen, die aan het eind van de 19e eeuw door bebossing weer grotendeels werden vastgelegd.[3] Het gebied is eeuwenlang in beheer geweest voor bosbouw en landbouw en omvatte enkele kleine nederzettingen. Aan het begin van de 20e eeuw bestond het gebied uit zandverstuivingen, heide en verschillende typen bos met grove den, vliegden en verschillende loofbomen. Een van de bewaarde kleine nederzettingen is Oud Reemst.

Stichters van het park: Het gebied dat nu De Hoge Veluwe vormt, dankt zijn status aan het echtpaar Helene Müller en Anton Kröller. Zij kochten tussen 1909 en 1921 verschillende landerijen aan met als belangrijkste functie het bieden van een privéjachtterrein. Voor de jacht werden onder andere moeflons, wilde zwijnen en edelherten uitgezet en zelfs enige tijd kangoeroes. Ook de bosexploitatie werd voortgezet. Toen het echtpaar begin jaren dertig in financiële problemen raakte, werd een poging gedaan het landgoed te verkopen aan Natuurmonumenten. Dit mislukte, waarna het Rijk de benodigde 810.000 gulden vrijmaakte uit een fonds dat zij beheerde, een en ander buiten de Tweede Kamer om. Dit geld kwam in beheer bij een stichting die het park in 1935 van N.V. Wm. H. Müller & Co kocht. Deze stichting is nog steeds eigenaar. Destijds had de Hoge Veluwe een oppervlakte van circa 6.800 hectare. Als tegenprestatie voor de donatie kreeg het Rijk de kunstcollectie van mevrouw Kröller-Müller in eigendom, op voorwaarde dat een nieuw museum in het park werd gebouwd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het park verkleind doordat uitgestrekte gebieden onder militair beheer werden gesteld. Een deel daarvan maakt nu deel uit van het Infanterie Schietkamp de Harskamp, gesticht in 1899, een ander deel is nu onderdeel van de Vliegbasis Deelen.

Landschappen: Oorspronkelijke was het een bebost gebied, maar door menselijk toedoen (houtkap en begrazing) zijn heide en stuifzanden ontstaan. Later zijn weer bossen aangeplant, maar toen de stuifzanden dreigden te verdwijnen is midden in het park een gebied ontbost, De Pollen, om alle soorten natuur die ooit in dit gebied geweest zijn te behouden. Heide is vooral ten zuiden en oosten hiervan en bos vooral ten noorden, waar ook het bezoekerscentrum is. In het oosten van het park ligt het Deelense Veld, een heideveld, met daarin een aantal vennen, waaronder het Deelense Was en de Gietense Flessen. Deze vennen zijn ontstaan doordat zich op het zand een ondoordringbare laag heeft gevormd, waarin het regenwater niet wegzakt. De naam Deelense Was wijst erop dat de schaapherders vroeger hun schapen in dit ven gingen wassen. In en rond het ven, dat dus alleen regenwater bevat, groeien in Nederland bijzondere planten, zoals veenpluis, knolrus en veenmos. Ten zuidwesten hiervan ligt het Deelense Zand, een uitgestrekte, deels met vliegdennen dichtgegroeide zandverstuiving, en ten westen daarvan, midden in het park, De Pollen. Een ander groot heideveld is het Oud Reemster Veld in het zuiden, dat naar het noorden overgaat in het uitgestrekte, met vliegdennen vrijwel dichtgegroeide Oud Reemster Zand. In het noordwesten is het schijnbaar vrijwel onbegroeide Otterlose Zand, waar een standbeeld van generaal Christiaan de Wet is geplaatst.

Bos, heide en stuifzand: Het beheer van het landschap is gericht op handhaving van de huidige situatie en in enkele gevallen op herstel van eerdere situaties. De exploitatie van het bos is de laatste decennia economisch niet meer een hoofdzaak. Wel wil men de cultuurbossen in standhouden en een deel van het economisch beheer handhaven. Er wordt de laatste decennia geëxperimenteerd met een meer natuurlijk bosbeheer, gericht op meer variatie in leeftijd en samenstelling. Het gaat hier op een veel kleinere schaal dan in gebieden van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.
Ondanks de grote inspanningen die er mee gemoeid zijn, wordt door het park veel belang gehecht aan handhaving van de heide en de stuifzanden. Op verschillende manieren wordt geprobeerd de heide en de zanden open te houden omdat deze landschappen als typisch voor de Veluwe en het park worden gezien.

Flora en fauna: De Hoge Veluwe dankt zijn faunafaam van oudsher aan de relatief grote zoogdieren, in het bijzonder het edelhert en de moeflon. Het park herbergt echter ook bijzondere vogelsoorten en insecten. Het beheer van flora en fauna is vooral gericht op behoud van de huidige situatie en in een enkel geval op verbetering van de leefsituatie van sommige soorten. Zo wordt gewerkt aan de terugkeer van het korhoen. Terwijl in veel natuurgebieden geprobeerd wordt exoten (dier- en plantensoorten die uit andere regio’s zijn gekomen met behulp van menselijk handelen) te bestrijden, zijn exoten in het park welkom. De belangrijkste exoot is wellicht de Corsicaanse moeflon, maar er zijn ook Amerikaanse eiken en verscheidene naaldboomsoorten die gekoesterd worden. Hoe welkom de exoten ook zijn, sommige worden wel bejaagd. In het park vindt jacht plaats om de populaties van alle grote zoogdieren te reguleren, ook die van de moeflons. Deze jacht is niet onomstreden. De directie is er zeer op gebrand deze dieren te handhaven maar te grote aantallen zijn onwenselijk, onder meer met het oog op schade aan de vegetatie. Hierdoor is jacht noodzakelijk. Drijfjachten vinden niet meer plaats maar jacht wordt wel als een onlosmakelijk onderdeel van de identiteit van het park gezien.

Beeldende kunst: De kunstcollectie van het echtpaar Kröller-Müller vormde de basis voor het in het park gelegen Kröller-Müller Museum. Het is in opdracht van de Kröllers ontworpen door de Belgische architect Henry Van de Velde. Het museum bevat schilderijen, met name van Vincent van Gogh, Pablo Picasso, Fernand Leger, en Piet Mondriaan. Het beeldenpark is een van de grootste van Europa, en bevat werken van onder andere Auguste Rodin, Henry Moore, Richard Serra, en Claes Oldenburg.
Architectuur: Het park omvat een groot aantal rijksmonumenten. Zie de lijst van rijksmonumenten op De Hoge Veluwe voor een overzicht. Hiervan is naast Kröller-Müller Museum het Jachthuis Sint-Hubertus het belangrijkst. Het is door architect Berlage in 1914 als woonhuis ontworpen en in 1919 opgeleverd. Ten zuiden van het Kröller-Müller Museum bevinden zich de restanten van het Grote Museum dat net als het huidige museum door de Belgische architect Henry Van de Velde is ontworpen maar vanwege geldgebrek nooit afgebouwd is.

Voorzieningen: Hoewel het park (beperkt) toegankelijk is voor auto’s en openbaar vervoer, is de fiets er hét vervoermiddel. Op verschillende plaatsen in het park bevinden zich depots voor witte fietsen. De fietsen kunnen gratis worden gebruikt, maar mogen niet op slot worden gezet en mogen het park niet verlaten. Daarnaast zijn er veel wandelpaden, hoewel wandelaars niet op de paden hoeven te blijven. Ongeveer een derde van het park is niet toegankelijk voor het publiek, om het wild en andere dieren rust te gunnen. In die gebieden zijn wel wildobservatieposten. Naast de musea, zijn er allerlei voorzieningen en activiteiten in het park, zoals wildsafari’s en kinderspeurtochten. Een autobusparkeerplaats nabij café-restaurant De Koperen Kop en een grote kinderspeelplaats bieden faciliteiten voor school- en andere groepsreizen. BRON

Rood, wit en blauw zijn de kleuren waarvan ik hou!