De PVV is geen partij van ‘Boze Blanke Mannen’: 5 mythes over PVV-kiezers

De PVV is geen partij van ‘Boze Blanke Mannen’: 5 mythes over PVV-kiezers

Als er één stereotype in politieke analyses dit jaar de hoofdrol speelde, dan was het de Boze Witte Man. Aanvullende kenmerken: van middelbare leeftijd, niet al te gearticuleerd van de tongriem gesneden en woonachtig ergens in de provincie. Hij werd vaak neergezet als dader, maar voelt zich slachtoffer. De Brexit, president Trump en  Zwarte Piet; altijd was er weer de Boze Blanke Man. Nu de PVV vrij eenzaam bovenaan in de peilingen staat dreigt de Boze Witte Man in de politieke analyses mee te verhuizen naar 2017. Laten we dat voorkomen. Het beeld van de Boze Witte Man klopt niet en beneemt je het zich op de electorale verschuivingen die aan de gang zijn. Wie de sterke positie van de PVV wil leren begrijpen, moet zich ontdoen van de vijf mythes die aan de PVV kleven. Er is een veel bredere groep kiezers die in maart op de PVV zal stemmen dan Boze Witte Mannen.

Vijf mythes over PVV-kiezers

  1. PVV-stemmers zijn niet oud maar juist jong

De eerste mythe is dat kiezers van de PVV gefrustreerde babyboomers zijn die een nostalgisch verlangen hebben naar hun kindertijd, de jaren vijftig. Deze week kwam I&O Research met een onderzoekje naar de leeftijden van kiezers. Wat opvalt: met afstand is de PVV het populairste bij jonge kiezers onder de 35 jaar. Ongeveer een kwart van de kiezers onder de 35 jaar heeft zich voorgenomen op de PVV te stemmen. En juist bij de gepensioneerden is de PVV niet erg populair: slechts 8% zegt op de PVV te gaan stemmen. Eerder constateerde Maurice de Hond al dezelfde trend: ten opzichte van 2012 trekt de PVV veel meer jonge kiezers. Helemaal toevallig is het niet. De PVV scoort bijvoorbeeld al jaren goed bij de scholierenverkiezingen, die tegelijkertijd met echte verkiezingen wordt gehouden. Zo waren ze de eerste partij bij de laatste twee verkiezingen: de Provinciale Statenverkiezingen van 2015 en de Europese Verkiezingen van 2014. Ook zien onderzoekers al langer dat een groter deel van de jonge mensen van nu een conservatiever waardenpatroon aanhangen dan eerdere generaties. Bovendien profileert Wilders zich niet langer met de AOW-leeftijd.


I&O Research

  1. Ook allochtonen stemmen op de PVV

De tweede mythe is dat de PVV vooral een partij is voor de autochtonen. Uit de data van het Nationaal Kiezersonderzoek 2012 blijkt iets anders. Terwijl de stem van 10,3% van de autochtonen naar de PVV ging, stemden 11,8% van de allochtonen met een niet-Westerse achtergrond op de PVV. Om welke allochtonen gaat het? Onderzoeksbureau Kantar TNS kwam deze week met meer data. Onder Antillianen is de PVV de eerste partij, bij Surinamers de tweede partij, bij Turken de derde partij, bij Marokkanen de vierde partij en de PVV is bij de overige niet-Westerse allochtonen ook de eerste keuze. Bijna tweederde van de geënquêteerde allochtonen vindt dat allochtonen beter hun best moeten doen om te integreren. Sociologen zien dit fenomeen al langer: juist allochtonen in de volkswijken zien de wijken als eerste verloederen, concurreren met elkaar om de voorzieningen van de verzorgingsstaat en hebben last van de negatieve uitstraling van migratieproblematiek op hun eigen integratie.

 

                                                                                                               KANTAR TNS                                                                                                                      Elsevier/KANTAR TNS

  1. PVV-stemmers wonen niet alleen in vissersdorpen en dorpen met de zachte G,  maar ook in de steden

De derde mythe is dat PVV’ers alleen richting de Duitse grens of in vissersdorpen substantiële aanhang heeft. De dorpen waar geen ‘buutenlanders’ te vinden zijn en waar men dat graag zo wil houden. Dit idee leeft nog steeds onder hoogopgeleiden in Amsterdam en Utrecht. Politiek geograaf Jesse de Voogd heeft recent mooie kaarten gemaakt waarop te zien is waar de PVV sterk is: de middelgrote steden. Kort gezegd: in de haven- en industriegebieden die onder druk staan. Denk aan steden als Helmond, Almelo, Delfzijl, Rotterdam, Vlissingen, Tiel, Roosendaal, Bergen op Zoom en Oss. Daarnaast in verwaarloosde groeikernen om de grote steden waar de forenzen wonen: Almere, Lelystad, Purmerend, Nieuwegein, Zoetermeer, Spijkenisse en Hellevoetsluis. En ten derde de overgebleven wijken waar een sterke sociale samenhang was of nog is, maar waar die onder druk staat. Daar horen Urk en Volendam bij, maar ook de volkswijken in Rotterdam (Charlois), Den Haag (Duindorp), Amsterdam (Noord) en Amersfoort (Soesterkwartier).

  1. Er stemmen ongeveer net zoveel mannen als vrouwen op de PVV

De vierde mythe: het zijn vooral mannen die op de PVV stemmen. Het is algemeen bekend dat mannen in ontwikkelde landen gemiddeld iets rechtser zijn dan vrouwen.  Plat gezegd stemmen vrouwen wat vaker GroenLinks en PvdA, mannen wat vaker op de VVD. De PVV is een vreemde eend in de bijt: cultureel rechts, maar sociaal links. En dat uit zich ook in de man/vrouw-verhoudingen onder de kiezers. Er waren in 2012 wat meer vrouwen die op de pvv hebben gestemd dan mannen (al zegt het CBS het andersom). In 2016 is er geen onder- of oververtegenwoordiging van mannen en vrouwen bij de PVV.

 

  1. Ook mensen met diploma’s en goede inkomens stemmen op de PVV

Tenslotte denken veel opinieleiders dat PVV-stemmers vrijwel uitsluitend laagopgeleide mensen met lage inkomens zijn. Het toppunt hiervan was het voorstel dat Frans Bauer maar een talkshow voor Boze Witte Mannen moest gaan maken. . Nu is het waar dat op de PVV bovengemiddeld veel mensen met een lagere opleiding of inkomen stemmen. Het is de harde kern. Maar het betekent niet dat er nog grote hoeveelheden mensen zijn met een gemiddeld inkomen of opleidingsniveau die op de PVV stemmen. En als de PVV groeit, zoals het deed in 2009, 2013, 2015 én 2016, dan boren ze juist ook middelbaar- en hoger opgeleiden aan (en daarmee ook mensen met hogere inkomens). De kiezer van de PVV is dus veranderd ten opzichte van vier jaar geleden. Maar voor met name hoger opgeleiden is er nog een stigma waardoor deze stem onzichtbaar toenoemt

De trend is al langer zichtbaar. De politieke opvattingen van lager- en middelbaar opgeleiden beginnen steeds meer op elkaar te lijken als het gaat om Europa, de verzorgingsstaat en migratie concludeert het SCP steeds vaker. Juist de PVV profiteert hier van. Onderstaand de cijfers uit 2016versus 2010. In de cijfers over 2016, van Maurice de Hond, is zichtbaar dat de PVV-kiezer steeds meer een afspiegeling is van de gemiddelde Nederlandse kiezer als je kijkt naar inkomen (hoe dichter bij de 1, hoe meer het een afspiegeling van het Nederlandse gemiddelde is). Wat betreft opleidingsniveau is de PVV minder een partij voor lager opgeleiden geworden, en wordt de partij steeds aantrekkelijker voor lager- en middelbaar opgeleiden

Maurice de Hond (2016)

Opleiding van PVV-kiezers en andere kiezers 2010 (in percentages – stuk rood vlees)
Inkomen van PVV-kiezers en andere kiezers 2010 (in percentages – stuk rood vlees) – BRON

2 comments on “De PVV is geen partij van ‘Boze Blanke Mannen’: 5 mythes over PVV-kiezers

Rood, wit en blauw zijn de kleuren waarvan ik hou!